Hoge temperatuur warmtepompen: hoe een oud huis in Nederland effectief verwarmen zonder de muren te isoleren (2026)

Zijn hogetemperatuur-warmtepompen een praktische oplossing voor niet-geïsoleerde oude gebouwen in Nederland in 2026? In dit artikel worden het werkingsprincipe, de voor- en nadelen, de economische efficiëntie en aanbevelingen voor het plannen van een renovatie en de mogelijkheden voor het verkrijgen van subsidies toegelicht.

Hoge temperatuur warmtepompen: hoe een oud huis in Nederland effectief verwarmen zonder de muren te isoleren (2026) Image by Alina Kuptsova from Pixabay

Veel oudere Nederlandse woningen hebben een hoog warmteverlies en zijn ontworpen voor cv-ketels die water van 70–80 °C leveren. Daardoor lijkt volledig overstappen op een warmtepomp soms onmogelijk zonder eerst alle muren, vloeren en daken te isoleren. Hoge temperatuur warmtepompen bieden juist in dit soort situaties een tussenvorm waarmee comfortabel en schoner verwarmd kan worden.

Werking van hogetemperatuurwarmtepompen

Een hogetemperatuurwarmtepomp werkt in de basis hetzelfde als een standaard lucht-water of bodem-water warmtepomp. Met behulp van een compressor wordt warmte uit buitenlucht, bodem of grondwater naar een hoger temperatuurniveau gebracht. Het verschil zit in het koudemiddel, het ontwerp van de compressor en de maximaal haalbare aanvoertemperatuur.

Waar een reguliere warmtepomp doorgaans tot ongeveer 50–55 °C gaat, zijn hoge temperatuur varianten ontworpen om 65–80 °C cv-water te kunnen leveren. Dat maakt ze geschikter voor bestaande radiatoren en oude leidingnetten die oorspronkelijk voor een gasgestookte cv-ketel zijn ontworpen. De keerzijde is dat de compressor zwaarder moet werken, waardoor het elektriciteitsverbruik per geleverde kilowattuur warmte hoger ligt dan bij lage temperatuur systemen.

Bij veel modellen wordt daarom met twee trappen gewerkt: een eerste trap die de temperatuur naar middelhoog niveau brengt, en een tweede trap of speciale injectietechniek om de hogere temperaturen te halen. Soms wordt een ingebouwde elektrische bijverwarming gebruikt voor de aller koudste dagen, zodat het systeem in de praktijk toch betrouwbaar blijft.

Efficiëntie en rendabiliteit in oude huizen

De efficiëntie van een warmtepomp wordt vaak uitgedrukt in COP (Coefficient of Performance). Bij lage aanvoertemperaturen, bijvoorbeeld 35–40 °C voor vloerverwarming, kunnen waarden van 3 tot 5 worden behaald. Bij een hogetemperatuurwarmtepomp voor oude radiatoren daalt de COP, omdat het temperatuurverschil tussen bron en afgiftesysteem groter is.

Dat betekent niet automatisch dat het systeem niet rendabel kan zijn. In een oud, nauwelijks geïsoleerd huis kan een hoge temperatuur warmtepomp bijvoorbeeld worden ingezet als hoofdverwarming in het grootste deel van het jaar, terwijl een bestaande cv-ketel of elektrisch element alleen bijspringt bij strenge vorst. Op jaarbasis kan het gasverbruik dan sterk dalen, terwijl het comfort behouden blijft.

De rendabiliteit hangt sterk af van het warmteprofiel van de woning, het lokale elektriciteits- en gastarief, en de mate waarin toch al kleine verbeteringen zijn doorgevoerd, zoals kierdichting, HR-glas of beperkte dakisolatie. Hoe lager de benodigde aanvoertemperatuur in de praktijk uitvalt, hoe gunstiger de efficiëntie en dus de terugverdientijd.

Waarom hoge temperatuur belangrijk is bij ongeïsoleerde huizen

In ongeïsoleerde of matig geïsoleerde oude gebouwen zijn de warmteverliezen hoog en reageren ruimtes snel op buitentemperatuurschommelingen. Radiatoren in dit soort huizen zijn vaak relatief klein gedimensioneerd, omdat ze ooit zijn ontworpen voor hoge watertemperaturen. Wanneer men hier plotseling lage temperatuurverwarming van 35–40 °C zou toepassen, wordt het eenvoudigweg niet warm genoeg op koude dagen.

Hoge temperatuur warmtepompen zijn juist interessant omdat zij het bestaande afgiftesysteem beter kunnen bedienen. De radiatoren hoeven niet altijd te worden vervangen en het leidingwerk kan doorgaans blijven liggen. Dit beperkt de overlast en de investering in de woning. Tegelijkertijd wordt de deur naar verdere verduurzaming opengezet: als later alsnog gevel- of dakisolatie wordt aangebracht, kan men de aanvoertemperatuur stap voor stap verlagen en daarmee de efficiëntie verbeteren.

Voor bewoners die nog niet klaar zijn voor een ingrijpende isolatie- en verbouwingsronde, kan dit een praktische tussenstap zijn. Zo kan het energieverbruik al flink dalen, terwijl de woning in fases verder wordt aangepakt richting een meer energiezuinige of zelfs aardgasvrije situatie.

Geschikte warmtepomptypes voor oude gebouwen

Voor oude, ongeïsoleerde huizen in Nederland worden vooral twee typen hoge temperatuur systemen toegepast: lucht-water en bodem-water warmtepompen. Een lucht-water systeem haalt warmte uit de buitenlucht via een buitendeel dat lijkt op een grote airconditioner. Deze optie is vaak eenvoudiger te plaatsen, omdat er alleen ruimte buiten en aansluiting op het bestaande cv-systeem nodig is.

Bodem-water systemen gebruiken een gesloten bron in de bodem of een open bron met grondwater. Deze bronnen kennen in de winter vaak een hogere en stabielere brontemperatuur dan de buitenlucht, wat leidt tot een hogere efficiëntie. De aanleg vraagt echter om boringen en vergunningen en is dus complexer, zeker in stedelijke gebieden met beperkte buitenruimte.

Daarnaast zijn er hybride systemen, waarbij een hoge temperatuur warmtepomp wordt gecombineerd met een bestaande of nieuwe cv-ketel. De warmtepomp verzorgt dan het grootste deel van de verwarmingsbehoefte, terwijl de ketel alleen inschakelt wanneer de buitentemperatuur extreem laag is of wanneer heel hoge temperaturen voor tapwater nodig zijn. Dit kan een flexibele en stapsgewijze route zijn voor veel oudere Nederlandse woningen.

Planning en installatie in de praktijk

Een succesvolle toepassing in een oud huis begint met een gedegen warmteverliesberekening. Installateurs bekijken daarbij de isolatiestatus, het glas, de grootte van de radiatoren en het gewenste binnenklimaat. Op basis daarvan wordt bepaald welke aanvoertemperatuur werkelijk nodig is bij -10 °C buitentemperatuur, en hoe vaak die situatie in een jaar optreedt.

Vervolgens wordt bekeken welke aanpassingen relatief eenvoudig zijn, zoals het plaatsen van grotere of extra radiatoren in slecht verwarmde ruimtes, het monteren van radiatorventilatoren of het beter inregelen van het systeem. Zelfs in ongeïsoleerde woningen kan het dan soms blijken dat een iets lagere cv-temperatuur al volstaat, waardoor de warmtepomp efficiënter kan draaien dan vooraf gedacht.

In monumentale panden spelen bijkomende factoren mee, zoals gemeentelijke regels rond het uiterlijk van gevels en daken. Het plaatsen van een buitendeel moet daarom zorgvuldig worden afgestemd, zowel qua geluid als zicht. Binnenin het huis vraagt de installatie ruimte voor het binnendeel van de warmtepomp, eventueel een buffervat en de regeling. Bewoners doen er goed aan om vooraf stil te staan bij looproutes, opstelling in de bijkeuken of kelder en de bereikbaarheid voor onderhoud.

Tot slot is het regelgedrag van belang. Hoge temperatuur warmtepompen werken het meest efficiënt wanneer ze langdurig op een relatief constant vermogen draaien. Veelvuldig aan- en uitschakelen of ’s nachts extreem terugregelen kan de efficiëntie verlagen en het comfort verminderen. Een goed afgestelde regeling en duidelijke uitleg van de installateur helpen om het systeem in de dagelijkse praktijk zo prettig en zuinig mogelijk te laten functioneren.

In de context van de Nederlandse energietransitie kunnen hoge temperatuur warmtepompen dus een nuttige rol spelen, juist in oude, nog niet of nauwelijks geïsoleerde woningen. Ze vormen geen eindpunt, maar een belangrijke tussenstap die het mogelijk maakt om comfort te behouden, het gasverbruik aanzienlijk te verminderen en tegelijkertijd de woning geleidelijk klaar te maken voor verdere verduurzaming richting en na 2026.